Vertaal deze pagina

28-3-2019

Margriet Drijver boegbeeld Renovatieversneller: ‘Vraagbundeling is de kern’

Met haar passie voor professioneel opdrachtgeverschap gaat Margriet Drijver, interim-bestuurder bij woningcorporatie Lefier, aan de slag als ‘bestuurlijk boegbeeld’ voor de Renovatieversneller. Het ministerie van BZK heeft haar aangesteld om uitvoering te geven aan dit traject om de vraag naar warmtepompen en isolatie van corporaties te bundelen. En daarmee de verduurzaming flink te versnellen. Wat gaat zij corporaties bieden?

Waarom pakt u deze klus op?

‘Omdat ik er achter sta dat corporaties serieus kijken naar de bijdrage die wij kunnen leveren aan het Klimaatakkoord. Voor onze huurders is het belangrijk dat hun woningen energiezuinig zijn. Dat maakt hun woonlasten lager en levert hen meer wooncomfort op. Daar hebben wij een duidelijke rol in. Daarnaast zijn wij door onze omvang één van de partijen die volume kunnen maken. Wij kunnen de aanjager zijn van de verduurzaming van de Nederlandse woningen. Dan moeten we wel onze rol als opdrachtgever beter invullen. En over dat laatste maak ik mij al druk vanaf de dag dat ik 15 jaar geleden in de sector begon. Dat is mijn grote drijfveer.’

Hoe gaat de Renovatieversneller daarbij helpen?
‘De kern ligt in vraagbundeling. Daarvoor gaan we eerst onze gezamenlijke vraag naar bijvoorbeeld warmtepompen en isolatiemaatregelen in kaart brengen. Door die vraag vervolgens te bundelen, maken we volume waarmee we onder andere de maakindustrie stimuleren tot innovatie. Ondertussen vragen we marktpartijen ook wat zij van ons nodig hebben om op te kunnen schalen. En dat leidt tot meer kwaliteit en kostenverlaging.’

En hoe gaat u dat aanpakken?
‘Dat vind ik zelf ook nog spannend. Mijn belangrijkste taak is het enthousiastmeren, motiveren en ondersteunen van mijn collega-bestuurders bij het bundelen van die vraag. Mijn passie voor professioneel opdrachtgeverschap helpt daarbij. Maar laten we eerlijk zijn: vraagbundeling betekent voor corporaties ook verlies van autonomie. Dat doet soms meer dan een beetje auw.’

‘Als individuele corporaties zijn wij gewend om veel zelf uit te zoeken. Op kleine schaal. Wat we leren, delen we vaak niet. Niet met elkaar en ook niet met onze partners in de bouwketen. Wij denken nog te vaak dat elk complex uniek is en een eigen aanpak nodig heeft. Terwijl de praktijk uitwijst dat 80 procent van onze woningen in 10 modellen te classificeren zijn. Dat geldt ook voor installaties. De grootste opgave is om hier draagvlak voor te creëren. En daar zie ik zeker mogelijkheden voor.’

Leg dat eens uit
‘Het overgrote merendeel van de corporaties heeft de Aedes-Routekaart CO2-neutraal 2050 ingevuld. Daarmee hebben we de verduurzamingsopgave voor ruim 2,1 miljoen woningen op dezelfde manier in kaart gebracht. We lopen als sector hiermee voorop. Tijdens de Roadshowbijeenkomsten die Aedes organiseert, krijgen corporaties ondersteuning om die opgave samen vervolgens ook regionaal in kaart te brengen. Corporatiebestuurders zien nu hoe hun opgaves op elkaar lijken. Dat is een goede basis voor de uitvoering van de renovatieversneller.’

‘Er zijn natuurlijk al voorbeelden van corporaties die samenwerken. Denk aan de Utrechtse corporaties die de markt uitdagen om met een veel goedkopere methode de buitenkant van woningen isoleren.’

Hoe maken we nu de stap van willen naar doen?
‘Het traject begint met het standaardiseren van onze vraag. Daarover gaan we met de maakindustrie en kennisinstellingen in gesprek: hoe kunnen jullie op een innovatieve manier zorgen voor standaardproducten? Als we echt weten wat we nodig hebben en in welke woningen we dat gaan gebruiken, zijn we toe aan een volgende stap. Dan kunnen we onze vraag bundelen en samen inkopen. Het streven is om eind dit jaar een gebundelde uitvraag naar de markt te brengen.’